Geschiedenis kerkgebouw

Geschiedenis kerkgebouw

De kerk dateert uit 1300. De toren van dit gebouw is nog in oorspronkelijke staat alleen het zadeldak is omstreeks 1900 vervangen door een spits. Als we de buitenkant bekijken dan valt het op dat het gebouw  in goede staat is. De muren zijn in 1805 ommetseld en de toren is in 1972 gerestaureerd. De kerk staat sinds 1968 op de lijst van officiële monumenten. Het kerkgebouw heeft ongeveer 250 zitplaatsen. Aan de noordkant van de toren bevindt zich het zogenaamde “Barehokje”.

 
Interieur

Interieur

Interieur
 
Voor de ingang van de kerk ligt een grote, rechthoekige,rode steen. Dit is nog de oude altaarsteen die men in de Middeleeuwen gebruikte. In die tijd was het een Roomse Kerk. Het altaar moet, volgens oude geschriften, gestaan hebben op de plaats waar nu de preekstoel zit. Als we binnen stappen in de toren dan valt ons het bordje ”ROOKEN EN SPUWEN VERBODEN” op. Dit was bedoeld voor de mensen die graag mochten pruimen in de kerk. De vloer is van hout maar hieronder zit een rode estriken vloer. Bij het doophek voor in de kerk bevindt zich onder de vloer nog een oude grafzerk. De letters zijn er uit verwijderd zodat het onmogelijk is om na te gaan wie hier begraven ligt. Alleen het stukje tekst”en leit alhier begraven“ is nog leesbaar. In de toren zit een vloer van oude grijze tegels. De huidige lambrisering is geplaatst in 1982 bij de restauratie omdat de oude lambrisering in zeer slechte staat was.
 
Meubilair
 
Het doophek voor in de kerk was van eikenhout maar is bij de restauratie van 1982 vervangen. In één van de houten knoppen achter de diakenbank bevindt zich een inscriptie. Deze knoppen zijn wel antiek. Als we de preekstoel bekijken dan zien we dat deze preekstoel eenvoudig is, maar zeer fraai houtsnijwerk heeft wat afkomstig is uit de 18e eeuw. De oorspronkelijke plaats moet aan de zuidkant zijn geweest, omdat in het oosten toen het altaar zat. Later, na de Reformatie, is de preekstoel verhuisd naar zijn huidige plaats. Daarom staan de banken op deze manier gegroepeerd. De lessenaar op de preekstoel, die gemaakt is van koper, dateert uit 1841. Het koperwerk beeldt een stralende zon uit. De voorkant van de lessenaar is een koperen laurierkrans. De 1e Kanselbijbel was een Ravensteijn-editie van 1664. Deze Bijbel heeft men verkocht, omdat deze vanwege het Gotische lettertype moeilijk leesbaar was. De huidige Bijbel heeft een gewone Latijnse letter en is een uitgave van 1864. Voorin staat een “naamlijst van Intekenaren”. Onder hen was Thomas Sjolles Sinia, een bekende wethouder die veel voor het christelijke onderwijs hier ter plaatse deed.  Ook mensen uit het zogenaamde Frysk Reveil staan op de lijst vermeld. Deze Bijbel heeft zilveren sloten met inscriptie. De sloten dateren uit 1841 en zijn van de oude Bijbel ( Ravensteijn-editie) overgebracht op de huidige Kanselbijbel. De inscriptie luidt:”De Kerk te Wouterswoude 1841” . Het koperen doopbekken is antiek en werd vroeger ook gebruikt als collecteschaal. Het oude avondmaalsservies is afkomstig uit 1878 en niet meer in gebruik. Het huidige servies is geschonken door Fam. Sj. Haalstra. In plaats van de oorspronkelijke olielampen kwam er in 1922 in de kerk elektrisch licht. De kroonluchters die er nu hangen zijn in de plaats gekomen van de ijzeren kroonluchters die vanwege geldgebrek toen ( 1922) verkocht zijn. De galerij dateert uit 1844. De Bijbel op de avondmaalstafel is geschonken door ds. L.H. Oosten aan de gemeente toen deze in 1978 herdacht dat zij sedert 100 jaar een eigen predikant mocht hebben. De lessenaar voor de voorlezer en de houten voet van de doopvont zijn in 1982 gemaakt door Wiebe Jochums Raap. Voor het voorlezen in elke dienst wordt hier gebruik van gemaakt. Vroeger stond aan de zuidmuur een kachel die op turf gestookt werd. Het stookhok stond tegen de zuidkant van de toren aan. De kachel is in 1969 vervangen door centrale verwarming.
 

 
Wapenschild

Wapenschild

Het wapen aan de noordkant van de kerk is van de familie Van Sytzama. Fecco Domincus baron Van Sytzama was eigenaar van slot Rinsma-state te Driesum. Hij overleed in 1755 en is begraven te Friens. Zijn echtgenote was Anna Clant. Dit wapen komt in de kerk doordat baron Van Sytzama floreenplichtige was in de gemeente van Wouterswoude, Driesum, Dantumawoude en Zwaagwesteinde. 
 

 
Orgel

Orgel

Het orgel is in 1894 in de kerk gekomen. Dit na een financiële actie in de gemeente die georganiseerd was door de toenmalige godsdienstonderwijzer-voorzanger, de Eerwaarde Heer G.Y. de Vries. Tot die tijd volstond men met een voorzanger. De organist verdiende in die tijd niet veel namelijk 50 gulden per jaar. Het orgel is gebouwd door de Firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden. Vroeger had men een “poestetrapper” maar die doet heden ten dage bij hoge uitzondering nog dienst. Het orgel is nu voorzien van elektrische windvoorziening. De organisten begeleiden nog altijd 2 keer de erediensten in de gemeente.
 Aan de onderzijde van het orgel staat het opschrift”Ik zal mijn God psalmzingen terwijl ik nog ben.
Psalm 146: 2b. Ingewijd Anno 1894”. Het orgel is in 1979 geheel gerestaureerd en gestemd.
 

 
Luidklok Luidklok

Deze is niet voor iedereen te bezichtigen. Toch is het de moeite waard om te weten wat er op te lezen staat. De oude luidklok is in de 2e Wereldoorlog weggevoerd door de Duitsers die hem hebben laten omsmelten voor munitie. Na de oorlog heeft men een nieuwe klok in de toren gekregen waarop het volgende staat:
 

Westkant:
Heiligerlee
Wouterswoude Juni 1949

Kerkvoogden   Dorpsbelang
   
G. v.d. Woude J. v.d. Meulen
J. Renes J. Boskma
L. Schaafsma Sj. B. Visser
Tj.b. Dijkstra F. van Assen
M.v.d. Schaaf H.D. de Vries
W.D. Bosgraaf R. de Jager
 
Oostkant:
 
VAN BERGEN
 
De doarpsstim moast swije
Is ùs ûnthelle in 1940 en trije
Mei jeften fan ’t doarp kaem ik nou ringen
Ik rop jim op ta Gods forgearringen
En ek op de deadeikker
Rop ik jim ta stjerren wekker.
 
Vertaald staat er dus het volgende: 

De dorpsstem moest zwijgen
Is bij ons weggehaald in 1940 + 3
Met giften uit het dorp kwam ik nu spoedig
Ik roep jullie op tot Gods vergaderingen
En ook op de dodenakker
Roep ik jullie wakker tot sterven.
 
De klok wordt nog altijd op iedere dag om 11 uur, 2 uur en 6 uur geluid. Dit noemt men het zogenaamde tijdluiden.
 

 
Geschiedenis Maranatha Geschiedenis Maranatha

De geschiedenis van het bekende gebouw van onze kerk gaat ver terug in de tijd. Om precies te zijn:1926. Vanaf die tijd is er sprake van” Maranatha”. Maar hoe zat het dan voor die tijd? Een terugblik in de nog aanwezige notulenboeken bieden hierover enige informatie.
 
Historie vanaf 1881.
 
In de allereerste notulen van de kerkvoogden en notabelen van 18 juli 1881 wordt er gesproken over het catechisatiegebouw. Dit gebouw, op dezelfde plaats, werd gebruikt voor de catechese en belangrijke vergaderingen.Voor die tijd was er geen commissie om de goederen te beheren maar op de genoemde datum zijn de kerkvoogden en de notabelen officieel gekozen. Of het gebouw ook dienst deed als consistorie is niet duidelijk te achterhalen uit de oude notulen. Wel is opvallend dat de verschillende vergaderingen gewoon thuis gehouden werden. Bij belangrijke gebeurtenissen, zoals verkiezingen, week men uit naar, zoals het genoemd werd, “het lokaal.”
Voor het onderhoud in die jaren werd een beroep gedaan op timmerman A. v.d. Tuin. Deze is belast met het nazien en indien nodig vervangen van het houtwerk. Of er in die tijd ook geverfd werd is niet duidelijk. Wel is duidelijk dat de conditie van het gebouw niet erg goed was. Pas in 1916 wordt er gesproken over vervangende nieuwbouw.
De meningen zijn divers. Volgens sommigen is de toestand van het lokaal zo slecht dat men het beste nieuwbouw kan plegen. De meerderheid is hier tegen. Men leeft in een turbulente tijd (eerste wereldoorlog) en alles is peperduur. De gemeente zal zich in de schulden moeten steken en dat is volgens de meerderheid onverantwoord. Het voorstel tot nieuwbouw wordt dan ook verworpen. Toch kon 2 jaar later in de vergadering van 28 februari 1918 een besluit worden genomen: Dhr E. Zijlstra zal Dhr. Vlieger opdracht geven om een begroting te maken voor het bouwen van een lokaal met ruimte voor 60 personen en tegelijk hier aan vast een kosterwoning met kamer en keukentje. Wanneer de begroting binnen komt zal er een besluit worden genomen. Blijkbaar is deze begroting niet positief uitgevallen, want het duurt tot 1923 voordat er weer gesproken wordt over het lokaal.
 
In de vergadering van 13 december 1923 wordt gesproken over de toestand waarin het lokaal verkeert.Door verschillende leden werd de wens uitgesproken om volgens het gemaakte bestek van 1918 een tekening te maken en een nieuw gebouw te verwezenlijken. Ook kwamen er andere reacties. Kerkelijke en vooral financiële bezwaren. Als besluit werd vastgelegd dat men een besluit hierover in de komende tijd zou nemen.
In 1924 wordt de hele nieuwbouw met een jaar opgeschoven, maar ook in 1925 durft men de beslissing niet te nemen. Toch is de toestand van het lokaal slecht want er moet lekkage aan het dak worden verholpen.
 
Maar dan komt 1926. In de vergadering van 3 maart van datzelfde jaar wordt besloten een nieuw lokaal met woning te bouwen. Het plan van 1918 is hierbij de leidraad. Het benodigde geld zal men gaan lenen tegen de voordeligste rentevoet. De aanbesteding vindt plaats op 28 juni 1926 bij café “Duijf “te Driesum. Acht bedrijven uit de directe omgeving leverden een inschrijvingsbiljet in. De opdracht werd gegund aan W.Kaspersma uit Dantumawoude voor een bedrag van f 3894,--. Voor het verfwerk werd een aparte zitting gehouden op 14 juli 1926. Hier kreeg C.Loonstra de opdracht voor een bedrag van f 337,-- inclusief het benodigde glas voor de ramen.
 
De Bouw.
 
De nieuwbouw wordt waarschijnlijk gestart op 1 juli 1926.In de vergadering van 26 juli van datzelfde jaar wordt besloten een gevelsteen te plaatsen met de tekst”Maranatha Jezus komt 1926”. De steen zal de 27e juli worden gelegd door meester J.Braaksma, het hoofd der school. Deze steen is nog terug te vinden in de voorgevel van ons gebouw. Vanaf dat moment wordt er gesproken over ”Maranatha”! Ook wordt vanaf dit moment besloten om het gebouw als consistorie te gaan gebruiken. De burgerlijke gemeente moet echter toestemming verlenen aan de predikant zodat deze in toga over de weg naar het kerkgebouw mag lopen.Wanneer dit niet is toegestaan moet de koster de toga iedere zondag van de pastorie naar de kerk brengen. De toestemming komt echter wel. Hoe lang de bouw heeft geduurd, is niet helemaal duidelijk, maar vast staat wel dat het gebouw in maart 1927 in gebruik is. Op de 24e maart is er namelijk een zitting voor de “rechthebbenden van de graven op de begraafplaats” in gebouw Maranatha.